Werknemers krijgen meer vrijheden; ze kunnen zelf bepalen waar (thuis, in de trein of het plantsoen) en wanneer (overdag of midden in de nacht) ze werken. De maatschappij in haar geheel profiteert ook mee doordat de dagelijkse files worden verlicht als veel mensen thuiswerken en niet meer dagelijks in de auto stappen. HNW is voor veel werknemers trouwens niet weggelegd. Van bouwvakkers, vrachtwagenchauffeurs, schoonmakers en leerkrachten verwachten we dat ze gewoon op tijd op hun werk verschijnen.
Het feit dat HNW een nieuw concept is, zorgt ervoor dat je momenteel bijna struikelt over de enthousiaste verhalen op websites en symposiums. Toch kan het geen kwaad het eens wat kritischer te bekijken.
Management
In negentiende-eeuwse fabrieken hielpen ongeschoolden de vakarbeiders die de werkelijke productie uitvoerden. Vaklieden hadden toen grote macht. Ze konden de productie vertragen of versnellen, en de kwaliteit beïnvloeden.
Rond 1900 bedacht Frederick Taylor hier iets op. Hij organiseerde het werk zo dat de arbeider nog slechts deelhandelingen uitvoerde en de kennis over het totale proces verloor. De lopende band van Henry Ford ontnam de werkende mens enkele jaren later de laatste macht.
De lopende band en de functieclassificatie (het fordisme) waren het toonbeeld van de moderne productiewijze. De arbeiders accepteerden deze omdat ze een hoger loon kregen. Toch broeide er onvrede. In de jaren zestig kwam die massaal naar buiten in grote stakingsbewegingen.
De theoretici van het management reageerden snel. Kijkend naar Japan bedachten ze dat werken in teams de mensen een beter gevoel zou geven. Als toyotisme ging deze mode de wereld over. Niet alleen het werken in groepen hoort erbij, maar ook strakke tijdschema’s. Fordisme en toyotisme vonden hun oorsprong in de industrie. De meeste werknemers werken tegenwoordig in de diensteneconomie. De groei hiervan is deels terug te voeren op veranderingen in de industrie.
Industriële bedrijven trokken zich sinds 1980 terug op hun kernactiviteiten en stootten taken zoals catering, beveiliging en transport af. Dat zijn nu vooral zelfstandige activiteiten in de dienstverlening. De dienstverlening groeide vooral door de toename van de overheid, de bank- en verzekeringssector, de reclamebusiness en andere kantoorarbeid die nodig is om het systeem in stand te houden. Voor kantoorwerkers kon de productiviteit nog fors worden verhoogd want daar was sinds de oorlog niet veel veranderd. Mensen gingen naar kantoor, namen plaats achter hun eigen bureau en deden hun werk.
Kantoormanagement
Kort na de oorlog bedachten twee Duitsers het ‘open space’-concept, zeg maar de kantoortuin. Vanaf de jaren zestig veroverde hun idee de wereld. Het verkleinen van de gebruikte kantooroppervlakte was een van de doelen van deze aanpak, naast verbetering van de communicatie en aanmoedigen van teamwork.
De echte doorbraak kwam pas na de ontwikkeling van de (draadloze) verbinding tussen computers, die vanaf de tweede helft van de jaren negentig vaste voet aan Europese grond begon te krijgen. De noodzaak van een vast bureau voor iedere kantoormedewerker verdween daardoor. Dat bood de mogelijkheid voor flexplekken en thuiswerken.
Zo worden er twee vliegen in één klap geslagen. Er is een besparing op de kosten van werkplekken die per jaar toch al gauw ruim 12.000 euro per plek bedragen, doordat meer mensen van dezelfde plek gebruikmaken. Ook leveren de mensen die het werk uitvoeren meer productie, zeker thuiswerkers.
Risico’s van HNW
Een computer van de zaak thuis, een mobiele telefoon van de zaak, thuiswerken. Het klinkt mooi, maar leidt er ook toe dat je 24 uur per dag beschikbaar bent. We kennen allemaal wel de persoon die tijdens een bruiloft nog even zijn werkmail checkt of een telefoontje voor de zaak pleegt.
Uit een onderzoek van TNO bleek dat veel thuiswerkers langere dagen maken. Ook nam door het werken op eigenlijk niet voor dat doel geschikte plaatsen het aantal RSI-klachten in twee jaar tijd fors toe. Dit zijn twee aandachtspunten waar werknemers en werkgevers op moeten letten als in een bedrijf wordt overwogen om over te gaan op HNW.
Naast het thuiswerken zijn flexibele werkplekken een essentieel onderdeel van HNW. Als mensen toch geregeld thuiswerken of vaak onderweg zijn voor de zaak, waarom zouden ze dan nog een vaste werkplek krijgen op kantoor? Prima, maar ook mensen die wel dagelijks naar kantoor gaan, krijgen te maken met zogeheten flexplekken in een kantoortuinachtige omgeving. Hiervoor gelden de voordelen van thuiswerken niet, zoals de mogelijkheid om te beginnen met werken als de kinderen de deur uit zijn of niet meer in de file hoeven staan.
Willen mensen wel als een nomade rondtrekken op zoek naar een werkplek zonder eigen plantje of foto van geliefden? Want een clean desk policy is vrijwel naadloos verbonden aan de flexplek: na vertrek moet het bureau leeg worden achtergelaten. En: willen mensen wel werken voor een baas die de hele dag op hun vingers kijkt? Ook leidinggevenden zitten immers in de kantoortuin.
In een recent artikel over HNW bij UVIT in Arnhem schreef NRC Handelsblad in een ronkend artikel dat 58 procent van de werknemers het een verbetering vindt; 42 procent denkt daar dus anders over. Een zeer forse minderheid. Tegen vooral flexplekken ontstaat soms verzet. Zo blies de Provincie Groningen twee jaar geleden de invoering van flexplekken af omdat de voorgespiegelde besparing tegenviel en er grote tegenstand was van het personeel.
HNW: voordeel of nadeel
Als we de glossy aanprijsfolders lezen is HNW het beste dat de werkende mens ooit is overkomen. Toch is de toegenomen invloed van de werknemers relatief. Illustratief hiervoor is dat de werknemers van een van de grote promotoren van HNW in Nederland, Samas, weinig in te brengen hadden toen het doek voor hun bedrijf viel.
Bij de andere grote kantoorinrichter, Ahrend, daalde tussen 2003 en 2009 het aantal banen met een derde. Leuk dat nieuwe werken, maar de macht blijft bij de aandeelhouders liggen. In die zin is er in ieder geval weinig veranderd sinds de negentiende eeuw. We hebben hiervoor gezien dat er positieve kanten (meer vrijheid, filebestrijding) zitten aan HNW, maar dat er ook risico’s aan verbonden kunnen zijn. Ook is niet iedereen gecharmeerd van een flexplek.
Het moet dan ook nog blijken of het nieuwe werken voor de werknemers echt een vooruitgang betekent. Vakbonden en OR moeten in ieder geval op hun hoede blijven en minstens in de gaten houden dat de wetgeving wordt uitgevoerd.
Bron: Sjaak van der Velden, onderzoeker bij IISG


waardoor je steeds op de hoogte bent van wat er in de maatschappij aan de hand is.
We houden voor u alle uitspraken bij die relevant kunnen zijn voor de OR. U vindt ze in de rubriek