Het is belangrijk een scherpe probleemstelling te maken. Die helpt ons namelijk te bepalen of de enquête wel het juiste en enige instrument is om het probleem te onderzoeken. Om een probleemstelling te kunnen formuleren zijn de volgende fasen te onderscheiden:
Fase 1 - Constateren van probleem
We lopen dagelijks tegen dingen aan die vragen oproepen. In dit geval zijn we bijvoorbeeld nieuwsgierig naar de oorzaken van een probleem en willen we maatregelen kunnen treffen om het op te lossen. Een voorbeeld.
Tijdens de OR-vergadering wordt geconstateerd dat het verloop in de organisatie wel erg groot is en maakt iemand de opmerking: 'als we niet uitkijken, is over een jaar het bestaande personeel gehalveerd'.
Als de OR dit signaal serieus neemt, kan dat aanleiding zijn dit probleem verder te onderzoeken. Denkstappen die u daarbij neemt: constatering - onderzoek - oorzaken - maatregelen - probleem wegnemen. Echter, verloop in de organisatie is nog te vaag. We moeten dit preciezer gaan formuleren, voordat we kunnen onderzoeken.
Fase 2 - Formuleren van probleem in algemene termen
Stel: er wordt besloten het gesignaleerde probleem nader te onderzoeken.De vraag zou dan kunnen zijn: 'welke beleving en tevredenheid is er onder de medewerkers als het gaat om het werken bij de organisatie?' Of: 'welke oorzaken zijn er aan te geven voor het hoge verloop?'
De algemene formulering van de onderzoeksvraag is een eerste afbakening van het probleem. Hij is echter nog te algemeen geformuleerd om onderzoekbaar te zijn. We moeten de begrippen die samenhangen met het probleem nader gaan definiëren.
Fase 3 - Definiëren van begrippen
Begrippen moeten we zo omschrijven dat verwarring is uitgesloten. De begrippen uit ons voorbeeld beleving, tevredenheid of verloop moeten we nader omschrijven.
Mogelijke definitie bijvoorbeeld van verloop: 'aantal mensen dat het afgelopen jaar de organisatie vrijwillig heeft verlaten en werkzaam zijn binnen een andere organisatie.'
Hieruit blijkt dat we een aantal zaken in dit onderzoek niet relevant vinden: 'mensen die de organisatie onvrijwillig hebben verlaten' en 'mensen die stoppen met werken'.
Het aanscherpen van de probleemstelling is een keuzeproces. Steeds moeten we beargumenteren waarom we bepaalde omschrijvingen niet bij het onderzoek betrekken.
Fase 4 - Uitwerken van begrippen in aspecten
In deze fase gaan we zaken opsporen die tot het begrip, zoals dat is omschreven kunnen worden gerekend. Hierover gaan we uiteindelijk vragen stellen aan de achterban.
Fase 5 - Specificeren van aspecten
We bepalen nu met elkaar welke mogelijke oorzaken er kunnen zijn voor verloop. Hierbij uitgaand van het begrip zoals we dit hadden gedefinieerd. Hierbij kunt u denken aan een aantal specificaties:
a Zaken die met de medewerker te maken hebben zoals woon-werkafstand
b Zaken die met de organisatie te maken hebben zoals beleid en visie
c Zaken die met de arbeidsvoorwaarden te maken hebben zoals beloning en werktijden
d Zaken die met collega’s en leidinggevenden te maken hebben zoals sfeer
Tips bij het houden van een enquête >
Bron: Odyssee

Praktijkblad Ondernemingsraad is al decennialang het toonaangevende vakblad voor de OR.