Het pensioenstelsel in Nederland, de totale oudedagsvoorziening, kent drie pijlers. De eerste pijler is de AOW, sinds 1957 een voorziening vanuit de overheid die voor alle inwoners geldt. Dit wordt wel als de basis van het pensioen gezien. Een tweede pijler is een pensioenuitkering uit een bedrijfstakpensioenfonds of ondernemingspensioenfonds van een groot concern. Werkgevers en werknemers betalen een premie, die samen met het vermogen van het fonds wordt belegd. Uit de opbrengsten worden de gepensioneerden uitbetaald en de kas op peil gehouden.
Een bedrijfstakpensioen is een aanvulling op de AOW. Zo komt het dat werkenden een hoger pensioen kunnen krijgen dan ouderen met alleen AOW. In feite zijn er dus twee collectieve voorzieningen, de eerste via de overheid en de tweede via het werk. Ook vallen onder de tweede pijler de ondernemingsregelingen voor bedrijven die niet onder een bedrijfstakpensioenfonds vallen. Die sluiten een eigen verzekering af bij een commerciële verzekeraar. Het komt ook voor dat zo’n commerciële verzekering voor een deel voor het (hoger) personeel wordt afgesloten als extra arbeidsvoorwaarde.
De derde pijler is dat wat mensen zelf regelen. Deze privéregelingen kunnen verschillend zijn maar komen neer op het creëren van een spaarpotje voor later. Dat kan een spaarpolis, een beleggingsverzekering, koopsompolis, de overwaarde op de koopwoning, zelf sparen of een oude sok zijn.
Wat zegt de WOR?
Artikel 27, lid 1, onderdeel a, geeft de ondernemingsraad het instemmingsrecht over een pensioenverzekering maar in de praktijk heeft de OR weinig over pensioenen te vertellen. Dat komt door lid 3 van artikel 27, dat het instemmingsrecht laat vervallen zodra het via de cao is geregeld. De bevoegdheden rond het pensioen zijn verder beperkt door de Pensioenwet.
Wel kan de ondernemingsraad iemand voordragen namens de werknemers om in het bestuur van een ondernemingspensioenfonds zitting te nemen, en heeft de ondernemingsraad informatierecht. Instemmingsrecht is er wel voor een pensioenverzekering vanuit het bedrijf. De OR kan via het initiatiefrecht (artikel 23), maar ook het controle- of zorgrecht (artikel 28) aan de slag.
Tips voor de ondernemingsraad
Het onderwerp pensioen wordt steeds actueler en het systeem is aan verandering onderhevig. Ook gaan bedrijven steeds meer zelf regelen. Daarom kan het verstandig zijn om hier mee aan de slag te gaan.
- De ondernemingsraad kan de financiële commissie, of commissie arbeidsvoorwaarden, vragen dit onderwerp op te pakken.
- Laat de financiële commissie scholing volgen en probeer deze OR-leden langdurig aan het onderwerp te binden.
- Vraag ook een niet-OR-lid van het bedrijf bij de commissie, liefst met expertise op pensioengebied.
- Verzamel informatie over de bedrijfsregelingen en dat van het pensioenfonds waar de onderneming onder valt.
- Agendeer dit onderwerp op de OR-vergadering en nodig een specialist uit voor uitleg. Hoe goed is het in de onderneming geregeld?
- Bespreek de conclusies op een overlegvergadering.
- Houd de vinger aan de pols, kom erop terug en hou wijzigingen bij.
Klik hier voor een zeer uitgebreid overzicht van de taken en bevoegdheden van de OR met betrekking tot pensioenregeglingen.
Bron: Praktijkblad Ondernemingsraad, november 2011


Praktijkblad Ondernemingsraad is al decennialang het toonaangevende vakblad voor de OR.