• Vragen
• Samenvatten
Kritisch lezen is vooral ook zelf schrijven. Noteer in de kantlijn opvallende zaken, opkomende gedachten, geconstateerde tegenstrijdigheden of ontbrekende punten. Markeer opvallende passages. Onderstreep de conclusies. Overzie tot slot het geheel aan aantekeningen en bundel bij elkaar behorende zaken. Maak daarvan een overzicht en onderscheid daarbij de hoofd- van de bijzaken. Nogal wat bestuurders willen niet lastig gevallen worden met vragen over bijzaken, maar willen een discussie 'op hoofdlijnen'. Zorg ervoor dat zo'n bestuurder op zijn wenken wordt bediend; het overleg wordt er meteen een stuk zinvoller van.
Het schrijven doet zich ook voor bij de twee volgende leesactiviteiten: het stellen van vragen en het maken van een samenvatting. Vooral door het maken van bondige samenvattingen van het gelezene, maakt de lezer zich een tekst eigen. Maar ook het noteren van de vragen die de tekst oproept, helpt bij de analyse van het stuk.
Het stellen van vragen is een belangrijke vaardigheid. De antwoorden op de gestelde vragen helpen niet alleen om een goed begrip te krijgen op het onderwerp, maar helpen ook om daar een onafhankelijke mening over te vormen. Er zijn twee momenten te onderscheiden in het formuleren van vragen: vooraf en tijdens/na het lezen.
Vraag uzelf eerst af wat u wilt lezen. Dat geldt in zijn algemeenheid – lees niet alles wat wordt aangeboden – maar ook in het geval van een bepaalde brief, adviesaanvraag of beleidsnota. Neem eerst kennis van het thema, het onderwerp en vraag uzelf af wat u in de tekst hoopt aan te treffen aan informatie, argumenten, samenhang met eerdere plannen en dergelijke.
Maar ook bij het lezen en na afloop bij het nog eens overdenken van de tekst kan de lezer op aanvullende vragen stuiten. Ook deze zijn waardevol voor het vervolg; noteer ze en betrek ze bij het vervolg. Vragen die door het lezen van de tekst niet worden beantwoord, of anders dan de lezer/vragensteller had gehoopt, vormen het materiaal voor ander overleg. Eerst intern, in de ondernemingsraad, en daarna in de overlegvergadering met de bestuurder.
| Soorten vragen | Kenmerken | Voorbeeld |
| 1. Gerichte vraag | Korte duidelijke vraag naar feitelijke gegevens | - Om hoeveel personeelsleden gaat het? - Hoe groot is het verloop? - Wat is het rentepercentage? - Hoe lang gaat de reorganisatie duren? |
| 2. Keuzevraag | Vraag waarin de mogelijke antwoorden al zijn aangegeven | Vraag waarin de mogelijke antwoorden al zijn aangegeven. - Is het wit of zwart? - Draaien we winst of verlies? - Bent u voor of tegen? |
| 3. Suggestieve vraag | Vraag waarin het antwoord wordt opgedrongen vanuit een veronderstelling | U zult zeker wel denken dat.... - U bent het toch met me eens dat... |
| 4. Open vraag | Vraag naar wat iemand van een bepaald geval weet of vindt, waarbij het antwoord geheel open is. |
- Wat doet u in zo'n geval? - Hoe is de sfeer tijdens de directievergaderingen? - Wat zijn de procedures? - Wat vindt u daarvan? |
| 5. Vraag ter verduidelijking | Vraag naar verduidelijking van iets dat de ander ter sprake heeft gebracht | - Kunt u dat toelichten? - Kunt u een voorbeeld geven? - Wat bedoelt u precies? - Kunt u daar wat meer van zeggen? |
| 6. Retorische vraag | Een bewering in vraagvorm; antwoord wordt niet verwacht. | - Zijn we niet allemaal trots op dit bedrijf? - Moeten we niet vaststellen dat... |
| 7. Reflecterende vraag | Vraag waarin een indruk wordt samengevat, om te toetsen of men het goed begrepen heeft. |
- U bent er niet zo gerust op? - U vindt dat het zo goed gaat? - U bent het daar niet mee eens? |
Het type vraag dat gesteld wordt – mondeling of schriftelijk – aan de lezer zelf of aan de OR/bestuurder is dus medebepalend voor het antwoord. Bedenk tevoren wat de voor- en nadelen zijn van de manier waarop een vraag gesteld wordt. Daarbij is het zaak om zoveel mogelijk het voordeel uit te buiten en de nadelen op te vangen.
| Soorten vragen | Voordelen | Nadelen |
| 1. Gerichte vraag | -duidelijk - kort - Feitelijk |
- Kort antwoord - niet stimulerend - geen aanknopingspunt |
| 2. Keuzevraag |
- duidelijk - kort - antwoorden 'optelbaar' |
- laat weinig keus - erg sturend - geen aanknopingspunt - kort antwoord - niet stimulerend |
| 3. Suggestieve vraag | geschikt om te manipuleren |
- erg sturend - wekt verzet op - geeft foutief beeld |
| 4. Open vraag | - erg stimulerend - geeft veel ruimte - levert veel informatie op - veel aanknopingspunten - zet aan het denken |
- lange antwoorden |
| 5. Vraag ter verduidelijking | - erg stimulerend - geeft ruimte - levert verduidelijking op - concretiseert |
- kost tijd - subjectieve informatie - gevaar voor afdwalen - kans dat maar wat verzonnen wordt |
| 6. Retorische vraag | - kan motiverend werken | - kan verzet opwekken - levert geen informatie op |
| 7. Reflecterende vraag | - werkt stimulerend - werkt belonend - werkt confronterend - levert informatie op - levert aanknopingspunten op |
- kan afschrikken - kans dat alles nog eens herhaald wordt |
Een andere manier van vragen is door het stellen van de topische vragen. Het zijn de vragen die in het Nederlands met een 'w' beginnen:
- Waar?
- Wat?
- Wanneer?
- Waardoor?
- Waarmee?
- Wie?
- Waaruit?
- Waartoe?
- Waarop?
- Welke?
- (Op) welke wijze
Het zelf samenvatten van de tekst van een ander helpt om te begrijpen waar het over gaat. Het is een controle op het juiste begrip van de inhoud en maakt duidelijk of er goed gelezen is. Dat laatste gaat overigens lang niet altijd op; sommige teksten zijn zo warrig dat ook de beste lezer in het ongewisse blijft over wat er nu eigenlijk is bedoeld. Bedenk daarbij dat onduidelijkheden en onbegrip niet wijzen op tekortkomingen van de lezer, maar op die van de schrijver. Deze is er klaarblijkelijk onvoldoende in geslaagd zijn boodschap helder op papier te krijgen. Het is dus geen bewijs van onvermogen om de bestuurder te confronteren met deze tekortkomingen in een tekst.
De meest eenvoudige manier van samenvatten is proberen hetzelfde te zeggen met andere, eenvoudiger woorden. Als vanzelf beperkt de lezer zich dan tot de hoofdzaken; niemand heeft de behoefte of de tijd om een tekst volledig in eigen woorden te 'vertalen'. Het verwarren van hoofd- en bijzaken is een belangrijke reden voor onvolledig lezen en wordt door het samenvatten meestal afdoende vermeden.
Een goede samenvatting is kort en bondig, geeft de kern weer van wat gelezen is, is neutraal van toon en doet dat in eigen woorden.




U wilt toch ook op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen binnen de medezeggenschap? Met de nieuwsbrief van ORnet krijgt u wekelijks het laatste nieuws, jurisprudentie en praktische tips en checklists gratis in uw mailbox.
Gratis en snel advies over alle OR-zaken. FNV Bondgenoten biedt deze service aan voor zowel leden als niet-leden.