De directie heeft aangegeven dat zij de Wet aanpassing
Arbeidsduur willen implementeren op eigen wijze. Dit houdt o.a. in dat parttime
werken erg wordt beperkt. Mede voor vrouwelijke medewerkers is het niet meer
mogelijk om minder te gaan werken na de zwangerschap. Onze OR vindt dit een zeer
zorgwekkende ontwikkeling, maar aangezien het een wet betreft weet zij niet wat
hier tegen te doen is.
U geeft aan dat de directie een regeling wil treffen met betrekking tot het implenteren van de Wet Aanpassing Arbeidsduur. De werkgever zal dit met de OR
moeten overleggen, het gaat hier over een instemmingsplichtige regeling op het gebied van werktijden (
WOR, artikel 27, eerste lid onderdeel b). In principe is de wet duidelijk genoeg over wat er wel en niet mogelijk is. De wet geeft de mogelijkheid een aanvraag in te dienen om minder (of meer) te gaan werken. De werkgever kan dan beoordelen of dat mogelijk is en zal zwaarwegende bedrijfseconomische en -organisatorische belangen moeten hebben om vermindering van het aantal uren te weigeren. Het komt voor dat organisaties richtlijnen opstellen om toch het verminderen van het aantal uren te begrenzen. Dat is in principe niet de bedoeling van de wet!
Bovendien kan dan een werknemer nog steeds volgens de wet een dergelijke aanvraag indienen. Er is bijvoorbeeld een zaak in de Kinderopvang geweest waarin een werknemer bezwaar maakte tegen de weigering van de werkgever. De werknemer heeft de zaak gewonnen. De werkgever had aangegeven dat vanwege het pedagogisch beleid er niet minder dan 32 uur gewerkt kon worden. Dit werd hier niet als zwaarwegend geacht, mede ook omdat er nog 2 andere werknemers ook 16 uur per week werkten. Álle omstandigheden zullen meegewogen worden.
De OR geeft aan dat hij het een zorgwekkende ontwikkeling vindt. Dat kan ik me voorstellen. En juist omdat het hier een wet betreft, kan de OR aangeven dat een aparte regeling niet nodig is, omdat de wet de voorwaarden duidelijk stelt. De wet geeft juist iedereen de gelegenheid een aanvraag in te dienen voor minder werk. En het is aan de werkgever om te besluiten dat minder werken niet mogelijk is vanwege de zwaarwegende belangen, echter dat zal hij dan wel aan moeten tonen.
De OR heeft
instemmingsrecht en dus de gelegenheid niet akkoord te gaan met deze regeling. Bovendien heeft de OR een signalerende functie in het zorgdragen voor het naleven van de wet.
Ziet de OR het nut van een dergelijke regeling, zorg er dan voor dat het allereerst een proefregeling is, die na een jaar geevalueerd wordt en daarna opnieuw aan de OR ter instemming wordt voorgelegd. Het kan geen kwaad dan in de regeling nadrukkelijk op te nemen dat werknemers individueel bezwaar kunnen maken!
Wat is de beste manier?
Bij voorbaat dank.
Met vriendelijke groet,
Tineke Zichtema