Rechter: Medezeggenschap hoort aan de basis

Tekst verkleinenTekst vergroten
Tekstgrootte:
0 reacties
05 sep 2011
Niet zelden verschillen partijen bij de medezeggenschap van mening over het antwoord op de vraag op welke manier de medezeggenschapstructuur het beste vorm kan worden gegeven. Zo ook bij Stichting de Hefgroep, die de kwestie voorlegde aan de kantonrechter.

Eén ondernemingsraad of meerdere ondernemingsraden? Meerdere ondernemingsraden en een centrale ondernemingsraad, of juist één ondernemingsraad en onderdeelcommissies? De WOR zegt er niet zoveel over. De medezeggenschapsstructuur moet bevorderlijk zijn voor een goede toepassing van de wet, meer valt uit de WOR niet op te maken.

Feiten
Stichting de Hefgroep is sinds 1 januari 2009 de 'moeder' van vier stichtingen en een vennootschap. Deze stichtingen en de vennootschap houden ondernemingen in stand die zich bewegen op de terreinen van het welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening en/of kinderopvang.

De structuur van de medezeggenschap is vorm gegeven in een (tijdelijke) centrale ondernemingsraad voor Hefgroep-brede aangelegenheden. Daarnaast hebben de drie stichtingen en de vennootschap elk een afzonderlijke ondernemingsraad en heeft één stichting een onderdeelcommissie.

De vraag die aan de kantonrechter wordt voorgelegd is welke medezeggenschapsstructuur het meest bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR. De Hefgroep vindt één gemeenschappelijke ondernemingsraad wel genoeg. De COR en de ondernemingsraden pleiten voor aparte ondernemingsraden en een centrale ondernemingsraad.

De kantonrechter
De kantonrechter vindt dat de bestaande structuur van meerdere ondernemingsraden en een centrale ondernemingsraad (voorlopig) de voorkeur verdient. Hierbij is het volgende van belang. Een van de oorspronkelijke doelstellingen van de WOR is het instellen van ondernemingsraden op een zo laag mogelijk niveau binnen de onderneming, zeg maar 'de werkvloer'. De gedachte hierbij is dat de medezeggenschap daarmee het beste is gewaarborgd.

Uitgangspunt van de WOR is dat een ondernemingsraad moet worden ingesteld voor elke onderneming waarvoor dit, op basis van de getalscriteria, wettelijk verplicht is. In artikel 3 van de WOR is hierop een uitzondering gemaakt. Op basis van dit artikel kan voor meerdere ondernemingen één gemeenschappelijke ondernemingsraad worden ingesteld, indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR.

Bij de invulling van de norm 'bevorderlijk voor een goede toepassing van de WOR' zijn drie criteria in het bijzonder van belang:

  1. Bestaat er een zodanige samenhang tussen de betrokken ondernemingen dat de instelling of het ingesteld houden van ondernemingsraden daarvoor weinig zin heeft omdat de omvang of het niveau van de werkzaamheden die deze ondernemingsraden kunnen verrichten, te gering is?
  2. Wordt het door 'samenvoeging' mogelijk medezeggenschap te verzekeren voor werknemers die daarvan anders op grond van het toepasselijke getalscriterium van artikel 2 van de wet verstoken zouden?
  3. De mening van het personeel is een belangrijk, maar niet beslissend gegeven?

De kantonrechter vindt het voor de beoordeling van de zaak van belang dat de stichtingen en de vennootschap zelfstandig en onder eigen naam naar buiten treden en bijvoorbeeld ook eigen directeuren en eigen subsidiegevers hebben. De Hefgroep is wel op weg naar meer eenheid en een meer centrale sturing (bijvoorbeeld op de terreinen van het ziekteverzuimbeleid en de administratieve en bedrijfsorganisatorische processen binnen de Hefgroep).

Het zal echter nog zeker twee jaar duren voordat van de beoogde eenheid enige sprake zal zijn. Misschien dat er in de toekomst een gemeenschappelijke ondernemingsraad dient te worden ingesteld, maar dat is op dit moment nog voorbarig, zo meent de kantonrechter. Hij vindt het hierbij ook van belang dat de Hefgroep niet aannemelijk heeft gemaakt dat de medezeggenschap tijdens de fase van centralisering kan worden gewaarborgd.

De kantonrechter acht het verder van belang dat het personeel de voorkeur geeft aan de bestaande structuur. Het instellen van een gemeenschappelijke ondernemingsraad zal, zo voert de Hefgroep nog aan, tot een kostenbesparing leiden. Dit vindt de kantonrechter echter niet van groot belang. De kantonrechter oordeelt dat de medezeggenschap voorlopig het beste gediend is met de huidige structuur.

Kantonrechter Rotterdam, 30 maart 2011 (Hefgroep + 4 anderen / COR + OR'en)

Rudi van der Stege, advocaat bij het Advokatenkollektief

0 Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer op dit artikel

Naam :
E-mailadres :
Reactie
 
Onthoud mij
 

De gratis vragenservice van ORnet.nl geeft antwoord op veelgestelde OR-vragen. De vragen zijn afkomstig uit de praktijk. Heeft u zelf een vraag, gerelateerd aan medezeggenschap, die er nog niet bij staat?
Stel dan gratis uw OR-vraag »
De vragenservice is niet bedoeld voor individuele, arbeidsrechtelijke vragen.
 
De vragenservice wordt mede mogelijk gemaakt door GITP.

Praktijkblad Ondernemingsraad is al decennialang het toonaangevende vakblad voor de OR.


Bekijk de headlines van de meest recente uitgave »


Nog geen abonnee?
Probeer drie nummers voor € 9,99.