Feiten
Een werknemer heeft tussen mei 2002 en oktober 2009 verschillende waarschuwingen gekregen voor ‘incidenten’. Op 23 november 2009 heeft de werkgever aangegeven dat hij de werknemer wil ontslaan, behalve als hij meewerkt aan een onderzoek bij de bedrijfsarts. De werknemer belooft dit. Een paar dagen later stelt de werknemer zich kandidaat voor de ondernemingsraad; hij wordt op 14 januari 2010 benoemd zonder verkiezingen.
Na een nieuw incident wordt de werknemer in april 2010 op non-actief gesteld. De werkgever vraagt op 12 april toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen; pas op 28 september wordt die toestemming verleend. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst per 1 november op. Op dat moment beroept de werknemer zich op de nietigheid van het ontslag en vordert hij loondoorbetaling.
Voorzieningenrechter
Uit de WOR blijkt niet dat het OR-lidmaatschap eindigt bij schorsing. Dat verweer, zo zegt de rechter, zou de mogelijkheid ook openzetten om het opzegverbod voor OR-leden te omzeilen. De voorzieningenrechter vindt het onvoldoende aannemelijk dat de werknemer het recht heeft misbruikt door zich kort na de laatste waarschuwingsbrief kandidaat te stellen voor de ondernemingsraad. Nergens blijkt uit dat hij dat alleen heeft gedaan om de voor OR-leden geldende ontslagbescherming. De werknemer heeft bijvoorbeeld in de eerdere procedure geen beroep gedaan op het opzegverbod. Dat hij feitelijk weinig werkzaamheden voor de ondernemingsraad heeft verricht, is verklaarbaar omdat er weinig tijd zat tussen de aanstelling als OR-lid en de op non-actiefstelling. Verder lag er een advies van de bedrijfsarts het rustig aan te doen.
De voorzieningenrechter vindt het beroep op het opzegverbod ‘niet onaanvaardbaar’. De opzegging is dus in strijd met het opzegverbod.
Commentaar
De werkgever stelt dat de werknemer al sinds april 2010 niet meer feitelijk werkzaam was en daarmee iet valt onder artikel 1, lid 2, WOR. In dit artikel is bepaald welke personen als ‘in de onderneming werkzaam’ moeten worden geacht. Ook eindigt het OR-lidmaatschap niet van rechtswege op grond van artikel 12, lid 3, WOR. Hierin is bepaald dat het lidmaatschap eindigt als het lid niet meer in de onderneming werkzaam is.


Praktijkblad Ondernemingsraad is al decennialang het toonaangevende vakblad voor de OR.